Lees mijn vrienden

maandag, april 23, 2007

los esteros del ibera

Ibera

Die vrijdag van de eerste schoolweek (10-03-07)bleef ik achter met de goesting om uit te gaan met mijn klasmaten.Het nodige slapen zou onmogelijk worden gemaakt door de cumbia van “ die van tegenover”.Ik vergaf het hun ,ze hebben een knappe dochter.Om half vijf ‘s ochtends stond nonkel lucas op straat te wachten in zijn nieuwste speelgoed:De koffer van zijn Nissan 4x4 met getinte ruiten stak vol met overbodige gadgets die we die dag amper zouden gebruiken.Nonkel lucas, die handelt in de koop en verkoop van gronden kijkt niet op een peso meer of minder en trakteerde me op een excursie naar een van de grootste zoetwatergebieden ter wereld: Los esteros del Ibera.

Voor extra informatie over die Esteros valt er nog te googelen, wat ik alvast weet te vertellen is het volgende…

Na een klein uurtje scheuren over het onverlichte eenrijbaansvak dat voor autostrade moest dienen reden we een nog achterlijker dorp als paso de los libres binnen.We ontmoetten de twee gidsen: Een gezette 40-tiger met stoppelbaard die een sullige indruk gaf vergezelt door een bejaard, tenger maar kwiek oudje.We volgden de gidsen en hobbelden anderhalf uur over een landweg tussen de rijstvelden.Met het opkomen van de zon lieten we een sloep neer in een van de kanaaltjes die ons naar het hart van het merengebied zou voeren.Met ronkende motor door het smalle kanaatltje lieten we de bewoonde wereld achter ons.Of toch… Wie waren die twee gedaantes die zo vroeg in de morgen zomaar uit het moeras te voorschijn kwamen.De een stond tot aan zijn middel in het water te ploeteren, de Ander zat vredig in een kano vergezelt door een aardige mannetjeshond.We legden de motor stil.De twee tierden vanalles in een onverstaanbaar moeras- dialect waaruit zelfs de gidsen maar weinig konden opmaken.We gaven hun brood, en voeren het eerste grote meer op.Ik was in de war door deze ontmoeting en de manier waarop die vier donkere ogen me hadden angestaart.
De zon gaf het water een zilveren glans, als dit een van de kleinste meren was moest dit gebied wel oneindig groot zijn.De natuur leek te twijfelen tussen water en land.Wat land was leek te drijven en het ondiepe water verzadigd door allerlei planten.
Een nieuwe passie van nonkel lucas was snorkelen.Nadat een aligator ( yacaré) voor onze boot weg dook en ik een aantal anekdotes over het ophalen van de meest reusachtige vissen aan moest horen voelde ik er niet meer veel voor om me in het water te begeven.
Voor de zekerheid hield ik min t shirt maar aan en schoof onwennig van de boot af.De gidsen hielden zich op in de sloep, de slungel gooide zijn lijn uit,haalde een vis boven en de opa Werd er door in zijn vinger gebeten waarna hij hevig begon te bloeden.(Hij zou later die dag nog meer ongeluk kennen wanneer hij zijn evenwicht verloor en ongelukkig rugwaarts het water in viel.Ik twijfelde aan de vaardigheid van deze twee heerschappen als gidsen.)Ik die de snorkeltechniek duidelijk nog niet onder de knie had heb naast een hoop onderwatervegetatie geen zak gezien, in tegenstelling tot tio lucas die maar niet genoeg kreeg van hetgeen hij daar allemaal te zien kreeg onder het wateroppervlak.Op een bepaald moment viste hij zelfs antieke indianenresten boven, al staat dit gebied bekend als teritorium van oude indianenstammen ik vond het onwaarschijnlijk om die twee stenen van nonkel lucas, blij als een kind, nu ook al indianenresten te noemen.Na die fantastische vondst was ook voor hem de pret er even af en klauterden we licht onderkoeld en uitgehongerd weer de boot in.Tussen het moeras sloegen we een slootje in en meerden aan op een idylisch eilandje.
Een beleefde,jongeman bracht hier zijn dagen door: eenzaam, omringd door het water.
De op zulke momenten onmisbare maté werd rondgegeven en terwijl een versgeslacht lam lag te roosteren luisterden we geboeid naar de verhalen van de gidsen.Het was genieten van de eenvoud en de rust op het eiland die af en toe verstoort werd door de slungel die brutaal de knaagdieren afschoot die zijn groententuin teisterden.
“Zo”, spraak nonkel lucas bot tegen de jongeman die op het eiland leefde,” gij woont hier,gij doet dus Niks”…de knaap knikte twijfelend van niet.Ik zag nog net de ironie in van de situatie, met aan de ene kant van de tafel een zonderling die leefde van de visvangst, de groenten in zijn tuintje en de appelsienen die van de bomen vielen, die waarschijnlijk kind nog kraai had maar zich wel geen zorgen hoefde te maken over zijn uitgevallen gsm-signaal zoals aan de andere kant materialist nonkel lucas die aan het eind van de dag veel geld zou betalen aan de gidsen om 1 dag even te mogen proeven van het leven van iemand die Niets deed.
Na een spectaculaire siesta geslapen te hebben in de slaaphut gingen we weer het water op.Terwijl lucas zich opnieuw het meer in waagde hield ik me op met de twee gidsen en genoot van de fauna en flora boven het water, de kraanvogels die voorbijvlogen, de zon die mijn gezicht verbrandde,en de onkunde van de gidsen.
In de gloed van de ondergaande zon voeren we allen vermoeid en stilzwijgend terug.

1 Comments:

Blogger Roosje said...

SCHITTEREND Joa !

6:28 p.m.

 

Een reactie posten

<< Home