Voorwoord
Het zou onmogelijk zijn om alles te zien wat ik wou zien, dat was ook niet erg, daarvoor heeft dit land te veel te bieden.Ik ben zo selectief mogelijk geweest in het kiezen van mijn haltes om een redelijk totaalbeeld te krijgen van wat Argentinie nu werkelijk is. Bovendien zou ik alleen reizen, de eerste maal buiten Europa en zat ik nog eens vast aan allerlei afs-regels ; nee, voor het echte avontuur moest ik het dus niet doen, daar had ik me al bij neergelegd. Heel bewust koos ik er voor om er geen ordinaire discothekenvakantie van te maken, iets wat maar al te makkelijk zou zijn.
Ik was gewoon verplicht aan mezelf om het land te zien, de sfeer die er rond hangt en alles wat er over staat geschreven zelf te beleven. Het werd tijd om eens uit mijn dorp te komen… Van het vlakke, warme Corrientes ging het naar de hoofdstad van de Tango.
Ik zou het niets van wat “ la Pampa” is doorkruisen, de eindeloze uitgestrektheid in Patagonie, om voor de grootste gletsjers ter wereld te staan.Na de Argentijnse kustlijn moesten ook de reuzen van de Andes mijn ogen de kost kunnen geven, in de wijnprovincie Mendoza.Tot slot zou ik in het Indiaans getinte noorden halt houden voor zijn groene valleien en mystieke bergdorpjes waar de tijd nog is blijven stilstaan.Het verdict:12 000 km. Een gelukkig nieuwjaar!
De reis
02-01-07: Een drukkende , vochtige warmte in de statige busterminal maakte het wachten er alleen maar ondraaglijker op. Gelukkig was mijn gastzus “Sol” ook meegekomen. Ze is zo erg spontaan dat het niet moeilijk is om over eender welk onderwerp een gesprek met haar aan te knopen.De enige persoon die tot “security” behoorde had het niet makkelijk de busterminal te vrijwaren van bedelende kinderen. 150 minuuten later dan verwacht kwam de omni aanzetten. Na Sol en de oma , die er voor de gelegenheid ook bij stond, nam ik ook afscheid van mijn gastmoeder. Ze stak me nog wat geld toe: “bedoeld voor belkrediet” luidde het, een teken van bezorgdheid.
De reis kon nu beginnen.Ik nam plaats naast een zwaarlijvige vrouw die er merkbaar geen moeite mee had wat betreft slapen in bussen. Rillend van de kou kwam ik die volgende ochtend weer een beetje thuis in Buenos Aires. Het airconditioningssysteem in de omnibussen stond op punt.
Het was duidelijk hoogseizoen in Argentinie. Ik probeerde me zo snel mogelijk weer eigenaar te maken van mijn tas. Het systeem is als volgt: tussen de uitlaatgassen van twee bussen wring je jezelf naar voren tot je bij de kofferruimte bent. Probeer het hoofd zo koel mogelijk te houden tussen duwende Argentijnen, ze beweren steeds hun tas al gezien te hebben en verantwoorden daarmee het duwen en voorkruipen.
Eens je er bent maak je best een roepgeluid en wijs je je rugzak aan.De persoon die transpirerend en ongemakkelijk gebukt in de kofferruimte staat gooit de rugzak dan naar buiten. Bedank hem hiervoor met muntgeld…
In Buenos Aires werd ik terug verenigd met mijn allereerste gastfamilie en genoot ik ervan om met hun bij te kunnen praten in het Spaans.Per slot van rekening was het hier dat ik mijn eerste woorden Spaans leerde en mijn eerste indrukken opdeed van Argentinie. Ze merkten op hoe verschillend mijn Corrientijns accent was van het Spaans dat ze in de hoofdstad spreken. Omdat ik in die eerste drie weken al heel Buenos Aires gezien had, hoefde ik me daar geen zorgen meer over te maken en plande in de namiddag een trip naar het afs-kantoor waar ik een gesprek zou hebben met mijn “consijero”, iemand die je situatie opvolgt. ‘s Avonds speelden we een zaalvoetbalwedstrijdje op een binnenpleintje in het centrum, daarna kwam ik in contact met andere uitwisselingsstudenten uit Duitsland en Amerika met wie ik de nacht zou verderzetten.
Slaap had me goed gedaan.Middageten deed ik met Lindsey , een Amerikaanse afs-er. Zij woont nog steeds in Bs Aires. We gingen naar hetzelfde restaurant in “San telmo” waar we die eerste drie weken steeds naar toe gingen na de Spaanse les. Best conservatief te noemen wat ik daar deed, ik vond het vooral fijn om op al die plaatsen te komen waar ik al geweest was, dezelfde wegen te nemen, dezelfde metrolijn te gebruiken.
Na mijn kort verblijf moest ik weer gaan. Ik maakte duidelijk dat ik de gastvrijheid en behulpzaamheid waarop ik steeds kon rekenen in deze familie erg op prijs stelde.
De winterjas en trekkersrugzak die ze me leenden kon ik later op deze tocht maar al te goed gebruiken…15 uren duurde de busrit naar Neuquen. Meteen kreeg ik een goed beeld van wat “la pampa” genoemd wordt: “. De pampas liggen in het midden van Argentinië en beslaan een kwart van het totale grondgebied. Het noordelijke en middelste gedeelte vormen de vochtige Pampa Húmeda, het zuiden en westen vormen de droge Pampa Seca.De Pampa Húmeda is wat heuvelachtig met veel vegetatie en uitgestrekte weidevelden. De Pampa Seca is vlakker en droger.”
Beter vermeld ik de reden van mijn komst naar Neuquén, een rijkere petroleumstad en het grenspunt tussen Patagonie en de rest van het land.
‘s Avonds zou hier de 10 daagse afs-reis naar het Zuiden van start gaan.
Druppelsgewijs kwamen afs-ers van over heel de wereld aan in het vernieuwde busstation van Neuquen. In groepjes van 3 werden we opgevangen in families waar we konden eten, slapen of douchen.Ik zat bij een familie met een Duitser en een andere Belgische, “ Alexandra”, die ik later op mijn reis nog wel zou tegenkomen. Ook deze familie was erg gastvrij. De zoon Marco (20) stelde voor om in de korte tijd dat we hier waren ons een beetje van Neuquen te laten zien. Na een fixe wandeling kwamen we bij Rio Neuquen aan en zochten verfrissing in het rivierwater. De stroming was erg sterk, al snel krabbelde ik weer op de stenige oever. De lucht was hier merkbaar droger dan waar ik woon en de warmte draaglijker.De rivier vormde het groene gedeelte van Neuquen dat er voor het overige eerder dor bijlag. Na ook het stadscentrum verkend te hebben had ik het wel gehad. Neuquen was een propere, moderne stad en ik wou nu naar het zuiden.
afs-reis (05-01-07 tot 13-01-07)
Al had ik liever op eigen houtje door het zuiden getrokken, toch was de afs-reis achteraf gezien een succes. Zoals het woord zegt: een AFS-reis, ik ben ten slotte nog altijd een afs-student en dit heet mijn afs-jaar. Het was op zijn minst interessant te noemen hoe achterhaalde nationaliteiten-clichés weer eens werkelijkheid zouden worden. De coole Ijslanders, de naieve Amerikaan die in slaap viel tijdens excursies, de Nederlander die het te bont maakte, de Scandinaviers: blonde haren en felblauwe ogen, de Hong-Kongezen met hun blitse cameras, een gedisciplineerde Duitser die de laatste avond de controle verloor…ze waren er allemaal. Wij, de Belgen(6), het sterkst vertegenwoordigd.
De sfeer tussen de afs-ers (33) zit altijd goed, de gemiddelde afs-er is te omschrijven met de woorden spontaan, vriendelijk, open, enthousiast, gemotiveerd en meer van zulke capaciteiten. Laten we zeggen dat ik me vooral ophield met de uitzonderingen.
De reis werd in goede banen geleid door een Argentijnse reisleider. Verder was er nog het driekoppig team dat bestond uit een vrouw van rond de 50 en twee vrijwilligers (20 en 23) die volgens mij handig gebruik maakten van hun vrijwilligerswerk om gratis naar het zuiden af te zakken. Deze individuen hebben het niet gemakkelijk gehad. Ze liepen er ook voortdurend erg beteuterd bij nadat ze al de tweede nacht “drankmisbruik” hadden vastgesteld op een hotelkamerfeestje.
Vooral de Hollander en de Amerikaan, overigens mijn vaste kamergenoten, zaten hier voor veel tussen. De Argentijnse reisleider probeerde er wel steeds de sfeer in te houden tijdens de uren- of beter dagenlange busritten. Ik voelde me bekocht door dit schijnheilig type. Het vele geld dat naar ons verblijf in halve luxehotels ging en het eentonige eten stemden me lichtjes ontevreden…
Het was al gevoelig kouder en er waaide een strakke bries op het strand van Puerto Madryn. Het was onze eerste halte na een nacht en halve dag in de dubbeldecker gezeten te hebben. Puerto Madryn heeft zijn bekendheid te danken aan zijn stranden en iets verderop lag een waterloop waar we zeehonden zagen.
Diezelfde namiddag nog zouden we in de stad Trelew aankomen waar we een stadswandeling maakten. Laat ik het hebben over het merendeel van de steden in Patagonie. In de eerste plaats hebben ze totaal geen eigen cultuur of geschiedenis, het zijn gemaakte steden die gericht zijn op toeristen en meestal zijn ze niet meer dan 30 jaar oud. De prijzen zijn belachelijk hoog . Eigenlijk werd het gewoon een ridicule namiddag: na een rivier overgestoken te hebben gingen we met alle afs-mensen een boom omhelzen. De energie die deze boom ons had gegeven konden we goed gebruiken. We gingen namelijk naar een soort Brits thee-huis. Op zich vond ik het niet erg een theetje te drinken en enkele koeken, sandwiches en andere zoetigheden naar binnen te werken, ik vond het gewoon een verschrikkelijke gedachte dat dit in een nagemaakt Brits theehuis moest gebeuren waar bovendien foto’s ophingen van prinses Diana ! Daarop volgde de nacht van het hotelkamerfeestje.
De volgende 24 uren in de bus zouden we goed kunnen gebruiken om onze slaap in te halen. Eten deden we tweemaal in dezelfde self-service restaurants uitgebaat door Chinezen. Toen we een tijdje vrij kregen tijdens de middag hadden we het plan opgevat te gaan zwemmen. We ondervonden waarom de Argentijnse kusten niet geschikt zijn voor strandtoerisme: het water was ijzig koud. Enkel een Noord-Amerikaans meisje kon het bijzonder lang volhouden, ik gaf haar de titel “ ijsberin”. Onze laatste stopplaats: Comodoro Rivadavia heeft me evenmin kunnen bekoren. Over het uitzicht daarentegen was ik laaiend enthousiast. Als een klein kind wou ik de hele rit aan het raam zitten. Een schrikwekkende leegte, hier en daar groepjes lamadieren maar het zijn geen lama’s: guanacos heten ze. Het landschap heuvelachtig en droog, rivieren met brede vlakke dalen, de lucht blauw, klaarhelder. De weg naar Calafate is een éénrijbaansvak, eindeloos lang en liet een westernachtige indruk op me na. De volgende ochtend werd het relief nog ruwer en bergachtiger.We waren niet ver meer van Calafate. In de verte zagen we al besneeuwde bergtoppen en de wind voelde steeds kouder aan.
Het hotel was luxueus en lag op een heuvel met uitzicht op een groot meer.
Toen we voor het meer stonden en enkele locals in het water zagen, sprongen verschillende gekken er ook in. Ik hield het voor bekeken. Het was nu nog een kwestie van tijd voor we de gletsjer “Perito Moreno” te zien zouden krijgen…
“De Perito Morenogletsjer is een van de gletsjers die worden gevoed door het
Zuid-Patagonische IJsveld, 's werelds derde grootste zoetwaterreserve. De gletsjer eindigt in een
fjord, waar het ijs 60 m dik en 5 km breed is. Per dag schuift de ijsmassa 1 tot 2 meter verder. Dit kan waargenomen worden door het gekraak van de over elkaar schuivende ijsbrokken enerzijds, anderzijds breken op regelmatige tijdstippen grote ijsbrokken van de gletsjer af die dan met veel lawaai in het meer Lago Argentino vallen.De gletsjer is genoemd naar
Francisco Moreno, een Argentijnse ontdekkingsreiziger die dit gebied in de
19e eeuw verkende en het uit
Chileense handen wist te houden...”
De weg naar het gletsjerpark was prachtig, het had iets mystiek, sprookjesachtig. Terwijl om 7 uur ’s morgens de zon nog had geschenen in Calafate gutste de regen nu op de busramen. We slingerden door een bosrijk gebied langs machtig grote meren waarvan het water een kleur had alsof er melk in zat. De wolken hingen laag en af en toe scheen de zon erdoor. Ik kreeg er niet genoeg van terwijl de Amerikaan ongeinteresseerd lag te slapen. Toen ik in een bocht een glimp opving van de gletsjer was ik door het dolle heen. Eens we er waren kon ik het gekraak van de ijsmassa horen. Als je ver over de gletsjer keek leek het alsof er niks meer achter kwam, soms vielen er ijsblokken in het water. Voor het overige laat ik de foto’s voor zich spreken.
Met een boot hebben we later die dag ook de andere flank te zien gekregen. De wind sneed en was ijskoud, op 50 meter pal voor de gletsjer werden de motoren stilgelegd en stonden we met open mond voor een muur van ijs.Terug in Calafate was ik bekaf. We besloten de dag af te sluiten met een biertje in een pittoresk cafe. Het balkon op de bovenverdieping bood uitzicht op de zon die onderging achter de bergen waar de Perito Moreno verscholen lag.
Vandaag zouden we het overgrote deel van de dag al varend doorbrengen. Deze boot-excursie, die overigens meer als genoeg geld had gekost, voerde ons naar 7 verschillende gletsjers verspreid in het merengebied dicht tegen de grens met Chili. Ik besloot op het open dek te campen. Mijn sokken konden goed dienen als wanten en een trui van mijn schooluniform draaide ik rond mijn nek bedoeld als sjaal. Zo lag ik urenlang op het dek van de boot te kijken naar de ijsbergen die in het water dreven en telkens wanneer de boot voor een gletsjer stond, kwamen ook het merendeel van de andere mensen het dek opgelopen om samen het ooooh-gevoel mee te maken.
De 3e en laatste nacht in Calafate werd geen knaller, dat was ook niet erg. De terugreis verliep zonder noemenswaardige problemen. Een strakke wind zorgde wel voor enige vertraging. Op een vrije namiddag zijn we nog in een bus gesprongen en naar het strand gegaan waar we onderandere genoten van het vrouwelijk schoon. Daarvoor nog hadden we ons geld, dat we gekregen hadden en bedoeld was voor het kopen van een middagmaal, verkwist in een casino waar we die dag toevallig voorbij liepen. Ik kreeg de schuld omdat het mijn idee was. Terug naar het strand nu: toen ik op zoek ging naar de Amerikaan, Hollander en een andere Belg die spoorloos verdwenen waren tijdens mijn siesta trof ik ze als het ware aangeschoten aan in een cafe niet ver van het strand. Na een praatje geslaan te hebben met twee plaatselijke jongens die zich erbij hadden geschoven zagen we de laatste bus voorbijrijden. Al lopend en met een hartslag die volgens mij ver boven de 180 lag, zagen we aan de volgende halte een lange wachtrij van mensen, wat onze redding betekende.De busrit werd een ramp voor mijn drie metgezellen die nodig hun blaas moesten ledigen. In gebroken Spaans zijn ze naar de chauffeur gestapt en geen seconde later zag ik ze onbeschaamd, op nog geen 2 meter van de bus en in het zicht van alle inzittenden, urineren. De Argentijnen keken elkaar verschrikt aan en maakte gebaren van onbegrip. Diezelfde nacht nam een groep uitgelaten uitwisselingsstudenten een willekeurige bar over. Voor één keer waren het niet de Argentijnse jongeren die het voortouw namen de cumbia- en regeton-tonen te trotseren. De avond eindigde in mineur toen een vrijwilligster de maaginhoud van de Duitser aantrof op de hotelgang…
Aangekomen in Neuquen gingen we weer naar opvangfamilies. De afspraak was dat we elkaar terug zouden zien ’s avonds in de stad. Ik kwam terecht in een sympatieke familie die net buiten het centrum woonde. Nog niet bekomen van de lange busrit werd me uitgelegd dat we naar het verjaardagsfeestje van enkele kleuters, nichtjes weliswaar, zouden gaan. Ik stemde toe. Naar Argentijnse gewoonte werd ik meteen in het gezelschap opgenomen en al snel werden de eerste vragen over Belgica op me afgevuurd. Voor mij is het niet méér dan routine want de vragen zijn meestal dezelfde en met een kort antwoord weet ik de geinteresseerde in kwestie tevreden te stellen. Na de vragenronde kregen ook de jarigen hun verdiende portie aandacht, we hebben wel 8 keer “ gelukkige verjaardag” in het Spaans gezongen. Ik deed teken en even later stond ik al weer in het stadscentrum tussen al die grote, blonde buitenlanders. Wat ik zo op prijs stel aan die Argentijnse families is dat ze zo gastvrij zijn en ze je altijd het je-bent-maar-één- keer-jong-gevoel geven. Ze kenden mij niet langer als 3 uren, gaven me de sleutel van hun huis, hun adres op een papiertje, dropten me in het centrum en riepen “het amusement”!. In een volgelopen discotheek werd al snel duidelijk dat niet iedereen er evenveel zin in had na de vermoeiende reis, het leek een maat voor niks te worden. Evenwel lag de amusementswaarde vrij hoog en zoals wel vaker lieten de Argentijnse meisjes zich van hun beste kant zien. Rond 5 uur ’s ochtends kwam het moment van afscheid, iedereen zou morgen weer naar zijn eigen stad gaan en dit betekende ook meteen het einde van de afs-reis. Nadat de ongure taxichauffuer de Hollander en een andere Belg netjes had afgezet bleef alleen ik nog over in de wrakkige auto. Ik was totaal onbekend in deze stad en doordat ik het blaadje met mijn adres aan de taxichauffeur had getoond werd ook hij dat vrij snel gewaar. Terwijl hij deed alsof zijn neus bloedde, werd ik me er bewust van dat ik al veel te lang in de taxi zat en dat de straten die hij insloeg geen steek hielden. Ik zei hem dat het zo wel goed was en betaalde een veel te hoge prijs voor de citytour. Het vertrouwen in taxichauffeurs was ik nu wel verloren maar ik kon niet anders dan het nog eens wagen. Deze keer had ik meer geluk en nog geen 10 minuten later lag ik al te slapen.
Rond de middag werd ik gewekt. We moesten voor de gelegenheid gaan eten bij de grootouders die een spaghetti-achtig menu bereid hadden. Ondertussen werd ik via mijn gsm op de hoogte gebracht van de anderen hun plannen en zo eindigde de namiddag aan Rio Neuquen waar ik nu definitief afscheid nam van de groep. Uit de verhalen, ergernissen, belevenissen en ervaringen van al de andere afs-ers kon ik maar 1 conclusie trekken: het kon me niks meer schelen dat ik in een godvergeten, betekenisloos stadje terecht was gekomen. Ik had coole vrienden en een droomfamilie.
De reis zette ik weer alleen verder. Alsof ik nog niet genoeg afstanden in bus had afgelegd, ging het nu 800 kilometer noordwaarts naar Mendoza. De vijf komende nachten zou de familie van een andere afs-Belg mijn uitvalsbasis worden om de wijnhoofdstad te verkennen. Later bleek dat ik niet over het volledige adres beschikte van deze West-Vlaming, die er zelf niet zou zijn. Zo zullen de uitbaters van de tapijtenwinkel het vast absurd gevonden hebben toen ik binnen kwam lopen met mijn trekkersrugzak op zoek naar “de familie van Joost”. Na nog meer van zulke korte avonturen en al meteen kennis gemaakt te hebben met de stad Mendoza , liet ik het werk over aan een taxichauffeur.
Weer een andere familie, mezelf voorstellen, aanpassen, de vragenronde passeren...ik was nu echt een getrainde afs-er. Er zat niks anders op dan die dag te slapen en beklaagde mezelf omdat ik op voorhand geen enkele planning had gemaakt terwijl deze streek zoveel te bieden had.
Dag 2: ik verdiepte me in de nederlandstalige boeken die er lagen en maakte gebruik van de zwembadmogelijkheden in de goed onderhouden tuin. De traditionele stadswandeling maakte ik met het zusje van Joost. Mendoza is de hoofdstad van de gelijknamige provincie.Er hangt een relaxte sfeer in het moderne centrum en op de vele stadspleinen. Het werd me duidelijk dat deze stad cultureel veel meer te bieden had dan de verlepte stadjes in Patagonie. Vervolgens werd ik getrakteerd op een blits bezoek aan “parque san martin”, ook wel de groene long van Mendoza genoemd en zeker de moeite waard om te bezoeken.
Vroeg uit de veren nu. Slechts 40 kilometer van Mendoza heb je een openlucht-complex met thermale baden in het plaatsje Cacheuta. Ze liggen in een prachtige omgeving midden in de bergen. Het zusje was ook mee en om eerlijk te zijn, was zij het die voor het eten en de bustickets had gezorgd. De Andes is een vulkanisch gebergte en de thermale baden werden op natuurlijke wijze aangevuld door warmwaterbronnen in de bergen. Het water in het heetste bad had een temperatuur van om en bij de 40 graden, daar was het heerlijk vertoeven om vervolgens in een kouder bad te springen en je bloed te voelen stromen. Na de traditionele mate gedeeld te hebben met twee andere vrienden, verplichtte een aankomend onweer ons de terugtocht vroeger in te zetten dan gepland…De familie van Joost bezat een “finca”, wat niet meer dan weekendhuis betekent.We reden de stad uit, langs de wijnranken, enkele kleine wijnboerderijen en weg van de drukte. De avond werd ingezet met een Argentijnse assado (bbq), huisgemaakte olijfolie en een glas rode Mendozawijn.
Na een eerste ochtendduik in het maar al te koude zwembadwater vond ik mijn bestemming in de hangmatten. Het was warm die dag en er zat niets anders op dan niets doen, half lauwe maté sippen , een duik nemen, de zon voelen branden op mijn schouderbladen, bijna in slaap vallen en nog meer van zulke minimaal-energierovende activiteiten. Een tochtje op de kwats eindigde al lopend met kwat in de hand, ”benzinetank leeg” luidde het. Ik was nu wel gedoemd het luie leven van daarvoor verder te zetten. Op de terugweg werd ik nog even rondgeleid in de distributiefabriek voor Andes-bier waarvan de vader trotse eigenaar was, ik had hier niks mee te maken, het was een saai gebeuren.
Renzo , gastbroer van Joost en met wie ik ook de kamer deelde, offerde zich op om mij vroeg in de ochtend aan een hotel in het centrum af te zetten. Voor een kleine 12 euro zou ik die dag met een toeristenbusje een rondrit maken in de bergen. Dit zou ik alleen doen, samen met enkele Chilenen, Canadezen en Argentijnen. Gebrek aan tijd, planning en een degelijke reispartner waren de motieven om “la cordillera” in een toeristenbusje met gids te doen. Aanvankelijk slingerden we nog door de pre-cordillera waarvan de pieken niet meer dan 2000 meter bereiken. Hier en daar hielden we halt om al aan de hoogte te gewennen en om van het uitzicht te genieten. Ik hield me afzijdig, de andere toeristen konden me niks schelen.
Nu ging het door het gebied waar voorheen grote delen van de film “7 years in Tibet” en enkele geprezen autoreclames gefilmd werden, althans zo vertelde de gids. Het was moeilijker om de verhalen over het verblijf van Brad Pitt niet te geloven want inderdaad, ook volgens mij was “upsallata” een prachtig décor voor een of andere ordinaire actiefilm. Het busje klom verder en het gesteente van de Andesreuzen nam verschillende kleuren aan. Gefascineerd hielden we halt met zicht op de indrukwekkende Aconcagua met zijn eeuwig besneeuwde toppen. De Aconcagua (6995m) wordt het dak van Zuid-Amerika genoemd en is de hoogste top van het zuidelijk halfrond. Een persoonlijk hoogtepunt bereikte ik op 2800 meter toen ik “puenta del inca” voor ogen kreeg, een van de meest bijzondere natuurverschijnselen in Argentinie. Puenta del Inca is een natuurlijk brug over de Rio de las Cuevas, gevormd door dampen die al eeuwenlang uit mineraal bronnen opstijgen. De brug is gekleurd in allerlei rood- en bruintinten en heeft een gele schijn. De authentieke bergbewoners probeerden hier hun handgemaakte prullaria en wollen truien aan de man te brengen, de temperatuur was immers al sterk gedaald. Het busje zette nu koers richting Chili, reed door de voormalige toegangspoort van Mendoza in las Cuaves en klom naar het Cristo Redentor-monument. Dat vredesmonument bestond uit een 10 meterhoog christusbeeld op de grens van Argentinie en Chili. Op zich niet zo speciaal, alleen dat het beeld al een kleine 100 jaar op een moeilijk bereikbare bergtop staat, op zo een 4200 meter hoogte. Voor de chauffeur was het gevaarlijke bochtenwerk duidelijk een koud kunstje en hij zat rustig te keuvelen met de gids. Bij het beeld was het zuurstoftekort merkelijk, het uitzicht spectaculair.
Een Indiaans type trakteerde ons op een geestesverrijkend drankje met een honingachtig aroma, om “hoogteziekte” te voorkomen, zo werd ons verteld. Het was er ijskoud. De hele tocht liep overigens langs daar waar General Jose de San Martin (El Libetador) met zijn leger de Andes overstak. San Martin is dé grote vrijheidstrijder die begin negentiende eeuw het zuidelijke deel van Zuid-Amerika bevrijde van het Spaanse juk. In bijna elke stad zijn belangrijke straten of pleinen naar hem vernoemd. De berglucht had me goed gedaan, de bergtocht maakte me op zijn beurt weer misselijk.
Gelukkig had ik die ochtend het vertrekuur van de bus nog nagetrokken, bijna was ik 7 uren te vroeg in de busterminal beland. Daardoor werd het een verloren dag die ik al lezend doorbracht aan het zwembad. Ik bedankte de familie van Joost hartelijk en nam afscheid, deze mensen hadden me erg goed ontvangen,”hier zijn we hoe we zijn” was een van de eerste dingen die de vader tegen me zei, en dat kon ik alleen maar beamen.
“Salta la Linda” had ik al eens gehoord, vertaald: ‘Het mooie Salta’. Tijdens de 17 uren lange busrit werd me ook duidelijk waarom. De micro zat gevuld met donkere Boliviaanse types die heel hun hebben en houden meegesleept hadden in kartonnen dozen, straatventers die hun kans gingen wagen in een andere grootstad. Mendoza lag nu duidelijk achter ons, wisselvallig weer en overvloedige regenval zorgde ervoor dat de natuur overging in het groene onherbergzame gedeelte van de Andes. De steden kregen een armoediger aanzicht…
De voorgeschiedenis ga ik niet vertellen maar wat vaststond was dat ik niet welkom was in het gastgezin van Alexandra, een Belgische afs-er uit Tremelo. Ze stond me op te wachten aan het busstation. Ik was vuil en we namen voor het gemak de bus naar haar thuis. Haar onvriendelijke en volgens mij schizofrene ouders waren er niet; ik nam voorlopig vrede met een ondankbare plek op de sofa wat ik de volgende dag met een stijve nek moest bekopen. Ook was de afspraak dat ik wat het eten betrof alles voor mijn rekening zou nemen. Laat ik hier aan toevoegen dat Alexandra erg verveeld zat bij deze situatie en de ongastvrijheid van haar gastouders, ze probeerde mij zo goed mogelijk te ontvangen tot op het betalen van mijn etenswaren toe…
In de late namiddag slenterden we langs de marktkraampjes in de uitgangsbuurt “Balcarce”, de echte stadswandeling zouden we voor morgen houden. Na 6 maanden eindelijk weer Vlaams spreken, iets wat we op de afs-reis ook al voortdurend deden onder de Belgen, tot grote ergernis van anderen. Na een slapeloze nacht op die sofa had ik haar ouders nog steeds niet gezien, het leek alsof ze verstoppertje voor me speelden; ze waren nu vertrokken naar Bolivia voor een dag. Ik maakte kennis met Alexandra’s zusje, ook haar broertje gaf ik vluchtig een hand. Na Buenos Aires en Mendoza op 3 zet ik de stad Salta op nummer twee van meest benoemenswaardige steden in Argentinie.De kerken en gebouwen hebben een hoog Spaans-koloniaal gehalte, de binnenstad is gezellig en de lucht is nog puur door de groene omgeving. Er hangt een gezellige drukte, architecturaal hoogtepunt is “ de rode kerk” en naar goede gewoonte mochten de talloze parken en pleinen niet ontbreken. Later die dag beklommen we de 1000 treden, beginnend aan monument Guemes, naar boven. De steile trap slingerde rond een groene heuvel. De vermoeiende klim loonde de moeite, we werden op de top beloond met een prachtig uitzicht over Salta. Toen we die avond enkele pizza’s aan het verorberen waren met vriendinnen van Alexandra werden we opgeschrikt door een telefoontje van een gierende gastvader die er op stond dat we nu meteen naar huis gingen. Met spijt in het hart groette ik de meisjes die er bovendien best mochten wezen . De ouders van Alexandra waren nog steeds in Bolivia, ze zouden daar de nacht doorbrengen, maar hadden toch gebeld. Een kwestie van controle. Nu lag er wel een matras voor me klaar in de woonkamer waarvoor ik het zusje dankbaar moest zijn.
Ik besloot om de volgende ochtend mijn spullen bij elkaar te graaien en dit huis vaarwel te zeggen, mijn bestemming zou een goedkoop hostel in het centrum van Salta worden. Ik had het erg moeilijk met het gezag van de ouders van Alexandra en wou er mijn reis niet in het gedrang door laten brengen. Terwijl Alex verslagen in het huis achter bleef zocht ik in de hete middagzon naar het “ backpackers hostel”. Voor 7 euro per nacht bezette ik een van de zes bedden in de gemeenschappelijke kamer. Ik voelde me jong en vreesde aanvankelijk ook voor mijn spullen die in een kamer stonden waar voortdurend mensen in en uit liepen. Niet ver weg vond ik een goedkope maaltijd in een soort barak, waar van hygiene geen sprake is. Mijn soep liet ik leeglepelen door een straatkindje dat me smekend potloden kwam verkopen, het arme meisje was zo onder de indruk dat ze me in de plaats een gratis potlood gaf. De rest van de namiddag zou ik me een trip naar een Indiaans bergdorpje en een dagje rafting laten aansmeren door de maar al te sluwe touroperators. Financieel zat ik toch op schema en tijdens de laatste dagen van mijn reis mocht het weer wat meer zijn. Ik kocht sandwiches, een fles water en een mango bestemd voor tijdens de bergexcursie van morgen.
De eerste nacht in het hostel werd een verschrikking. De 4 Israelieten in mijn kamer waren duidelijk niet van plan te gaan slapen, ze dwongen me onbewust te luisteren naar hun conversaties in een taal die ik niet begreep. In gebroken Engels werd me uitgelegd dat ze die nacht om 4 uur hun bus moesten halen. Van 11 tot 4 werd ik onafgebroken wakker gehouden door de onaangename geluiden van pratende, lachende, pakkende en douchende Israelieten .Om 6 ging mijn wekker af om nog geen half uur later opgepikt te worden voor een bergexcursie naar Cachi.
Tijdens deze rit was het vooral te doen om de uitzichten op de groene valleien. Bij het hoogste punt (3200m) “ de molensteen” zaten we letterlijk met ons hoofd in de wolken waardoor er van een uitzicht geen sprake was. Iets wat me meer kon bekoren was “la recta tin tin”, een geometrisch perfect recht lopende weg die eeuwen geleden werd aangelegd door indianenstammen. Deze rechte sneed dwars door het cactussenpark en het beschermd natuurgebied “ los cardones”. Hier groeiden een ontelbare hoeveelheid cactussen met hoogtes tussen de 6 en 12 meter. Cactussen met een ouderdom van enkele honderden jaren waren geen uitzondering. De omgeving waarin we ons bevonden was een desolaat landschap en voortdurend kwamen de woorden Mexico en tequila in me op. Cachi was een bergdorpje dat buiten een rechthoekig centraal plein en een koloniale kerk weinig te bieden had. Desalniettemin liepen er heel wat groepen backpackende jongeren rond die iets weghadden van Belgische scoutsgroepen. Na mijn sandwiches opgegeten te hebben op het desbetreffende stadsplein was ik aan een siesta toe. Op een grasveldje viel ik vredig in slaap onder de schaduw van een oude wilg. Op de terugweg werd de gids op de hoogte gebracht van regenval, lager in de bergen en even later zaten we met de gebakken peren. Langs de bergwanden liep het regenwater de onverharde bergweggetjes op en werd het als maar lastiger af te dalen. Het busje zakte steeds dieper weg in de modder maar desondanks wisten we de enige verharde weg naar Salta te bereiken, tot het punt waarop we bij een tankstation aankwamen. Even verder had een uit zijn oevers getreden rivier de weg overstroomd. Een camionette en personenwagen hadden zich er al vast in gereden waardoor ook zij nog eens de weg blokkeerden.”Er zit niets anders op dan wachten“ glimlachte de gids. Het tankstation deed gouden zaken en zienderogen verminderden de voorraden chips, sandwiches en frisdrank. Ik overzag de situatie en was veel te moe om me ergens druk om te maken. Het chique Argentijns koppel , met merkkleding waarmee ik heel mijn reis zou kunnen betalen, had er zichtbaar minder pret in en drong aan op “ een warme maaltijd”. De gids knikte en we trokken met de groep het door water en toeristen overspoelde dorpje binnen. De eigenaar van het kale restaurantje wist niet goed wat hem overkwam en schakelde meteen heel de familie in toen we naar binnen stapten. Ik verenigde me aan een tafeltje met drie twintigers uit Bs Aires. Na het eten vroeg ik een van hen waar het toilet was. “ Alles kan dienen”, was het antwoord en daarmee is alles gezegd over dit eigenaardig eetcafe. Veel te moe kwam ik om 1 uur ‘s nachts mijn hostelkamer binnen, er waren gelukkig geen Israelieten meer die me van mijn slaap konden beroven.
Rond kwart over zeven zat Alexandra al beneden op me te wachten. De zon scheen, het was warm en bovendien had het die nacht geregend…allemaal ideale omstandigheden voor het raften van vandaag. Sociaal als we zijn sloegen we aan de praat met de enige twee andere deelnemers in het raftingsbusje. Na 3 uren, de tijd die ongeveer nodig is om Belgie te doorkruisen, kwam het raftcomplex in zicht. We hadden nog wat kunnen slapen en onze ogen de kost gegeven in dit onbewoond natuurgebied. Na een korte instructieles bedoeld voor –in-het-geval-dat-situaties en een papier ondertekend te hebben waardoor bij ongevallen de verantwoordelijk volledig op jezelf afgeschreven wordt, mochten we de rivier op. Rio Juramiento lag in een vallei vergelijkbaar met het Coloradogebied in Californie. We voeren op een rustiger gedeelte om gewoon te raken aan de instructies in verband met de roeibewegingen die we moesten maken. De zwarte studente uit New York leek over een onuitputtelijk kracht te beschikken en roeide als een bezetene, de bevelen strikt opvolgend. Ik stelde vast dat of ik nu roeide of niet en op welke manier dan ook, de boot wel vooruit zou gaan, ik kreeg een vermaning van de instructeur voor mijn laksheid. De stroomversnellingen zorgden voor enige opwinding. Grote roofvogels met een spanwijdte van wel een meter vlogen laag over de rivier. We kregen prehistorische kalkafzettingen op de rotswanden te zien, deze stamden af uit de tijd dat dit gebied nog een zee was, een zee met visjes. De natuur kan hier heel erg mooi zijn.
Spijtig dat de instructiegever voortdurend met zijn vervelende bevelen kwam aanzetten en een treurig dieptepunt was het geforceerde wooohoo-geroep met de roeispatel omhoog wanneer er plots een fotograaf achter een boom opdook. Na de laatste, meest krachtige stroomversnelling en drie uur roeien zat de raft-tocht er op. Met de hele raft-crew keerden we terug in een omgebouwde stadsbus. Weer aan het raftcomplex werden we getrakteerd op een assado, er hing een relaxte sfeer. De raft-crew bestond uit alternatieve outlaws zoals je die wel vaker tegenkomt in de wereld van extreme sporten.We aten in een hawai-achtige open tent opgetrokken uit bamboe hout en helemaal in die sfeer klonken de tonen van muzikaal genie Bob Marley.
Op aanraden van Alexandra aten we op mijn laatste avond in Salta in een traditioneel empanada restaurant. De kelners waren verkleed als gaucho en hadden het veel te warm in hun typische ruiterspakken. Naast de empanadas die even lekker smaakten als ze eruit zagen probeerde ik ook twee andere Boliviaanse specialiteiten.
Uitslapen tot 10, een Amerikaanse afs-ter en vriendin van Alex uithalen en 20 min in bus naar San Lorenzo.We prepareerden sandwiches met hetgeen we gekocht hadden en zaten wat aan een riviertje. San Lorenzo is eigenlijk een rijke villabuurt, de natuur Ardennen-achtig. Na een mislukte wandeling zagen Alex en ik dat de Amerikaanse er nog minder aan vond dan ons. Het duurde niet lang of we keerden terug.Op een terras en in alle rust, sippend van verse appelsiensap, eindigde mijn salta-trip.
Een krijsende baby die ook op weg was naar Corrientes, zou slapen onmogelijk maken. De techniek om er nog een dragelijke nacht van te maken was: niet slapen en vooral niet proberen te slapen. Ik was een geharde busreiziger, keek door het raam en zag de gevaarlijke, onverlichte weg, af en toe schoot er een auto langs ons door. 14 uren naar Corrientes, daar 5 uren de tijd doden in de bouwvallige busterminal, 6 uren naar Paso de Los Libres…De dag was snel gevuld.
Een beklemmende, vochtige warmte, de laaghangende assado-smog, de met voorsprong meest lelijke busterminal, zwaarlijvige taxichauffeurs die hun job niet serieus namen en liever truco speelden, op de achtergrond grijsgedraaide cumbia-muziek… Dit moest Paso de Los Libres zijn. Een groepje Argentijnse nozems stonden me op te wachten. Het waren mijn vrienden.Ik apprecieerde het gebaar van Gorus die op infantiele wijze “Joachim Belg” op een papier had gekribbeld. Om onverklaarbare redenen had hij onderaan op het blad ook de nationale vlag van Brazilie weten te tekenen, ik ging er van uit dat dit de enige andere vlag was die Gorus kende. Ik was blij dat ik terug was, vermoeid weliswaar, maar daar zouden de jongens weinig of geen rekening mee houden. Die zaterdagavond zaten we allemaal op de stoep voor mijn huis bier te drinken, buiten een recent geboren straatkatje dat voortaan bij ons zou wonen, was er nog steeds niets veranderd. Filipé, uitbater van een slecht draaiend nachtwinkeltje zat nog steeds, niet veel verder in zijn blauwe strandstoel, en naast enkele Budweiser-flessen zou hij die avond niet veel verkopen. Hij zag hoe aan de overkant een giechelend vriendinnengroepje zich verzamelden. We zouden hun later die nacht nog tegenkomen in een volgelopen openluchtdisco die tijdens de warme zomernachten voor het nodige vertier moest zorgen…
Nawoord
Ik ben tot een aantal belangrijke conclusies gekomen.
Ten eerste is er dé grote fout die ik heb gemaakt: onvoorbereid, zonder planning en zonder enig idée van wat ik daar zou doen naar verschillende plaatsen getrokken. Voorbereiding had me alleszinds veel tijd en geld bespaard.
2:Terwijl dat eigenlijk niet tot het objectief behoorde ben ik vooral op sociaal vlak erg gegroeid, zowel door het aanpassen in tijdelijke families als op de afs-reis. Zowiezo ben ik veel mensen tegengekomen, allemaal met verschillende perspectieven en visies, heb ik internationale vrienden gemaakt en ben ik een meester geworden in -kennismaken-afscheid-nemen-situaties. Ook op mezelf aangewezen zijn heeft me veel bijgeleerd, het alleen reizen gaf me soms het gevoel afhankelijk te zijn van andere mensen maar uiteindelijk telde alleen de keuzes die ikzelf maakte en ben ik van dat gevoel afgeraakt.
3:Door de grote variatie en verscheidenheid van de plaatsen waar ik geweest ben kan ik een beter beeld vormen van Argentinie en de cultuur beter vatten. Ik benadruk dat ik niemand een bezoek aan de afgrijselijk neppe steden in het zuiden aanraad. Vooral aan zijn grenzen bezit Argentinie prachtige gebieden, steden en wonderen van de natuur.
4:Een vrij belangrijke conclusie:ik ben graag in Paso de los libres, heb hier vrienden en een familie waar ik nooit op had durven hopen, ik versta en spreek Spaans waarmee ik menig Argentijn in de war kan brengen wat betreft mijn nationaliteit.
5:De wereld is klein.
Veel leesplezier en ik kan na een korte afzondering van 2 dagen weer uit mijn broeiend hete kamer komen.
joa